
Granaatappels komen oorspronkelijk uit Perzië en worden al eeuwenlang verbonden met allerlei culturen en religies als een symbool van vruchtbaarheid. De granaatappel behoort botanisch gezien tot de bessen. De granaatappel groeit aan een boom van ongeveer 8 meter hoog. Een granaatappel is een prachtige rode vrucht die ongeveer zo groot is als een sinaasappel. De vruchten zijn een bron van kalium, vitamine C en een grote hoeveelheid van stoffen die goed zijn voor je immuunsysteem. De schil is glad en leerachtig. De vrucht is roodbruin van kleur. Binnen de schil verdelen witachtige vliezen de vrucht in compartimenten. Hierin zitten talloze rode kogeltjes. Ze bestaan uit geleiachtige licht tot donkerrood vruchtvlees met een eetbaar wit pitje erin.
De granaatappel heeft een frisse zoetzure smaak. Granaatappel kan puur gegeten worden en gebruikt worden voor sappen of als garnering.:
Een granaatappel die zwaar aanvoelt voor zijn grootte, zit waarschijnlijk vol sap. Kies bij voorkeur de glanzende vruchten en negeer vruchten met een harde of droge schil.
Granaatappels zijn in de koelkast een week houdbaar. Een granaatappel rijpt na bij kamertemperatuur. De kleur van de schil verandert na het plukken niet meer, maar het vruchtvlees kleur door van geel-rood naar rood-bruin. De schil kan hierbij bruine vlekken gaan vertonen, maar dit beïnvloedt het vruchtvlees niet.
Om granaatappelpitten uit de vrucht te halen, snijdt u de vrucht door en trekt u de vrucht uit elkaar. Druk de zaden naar buiten en vang ze op. Of lepel hem uit. De witte vliezen zijn niet eetbaar, ze zijn wrang van smaak.
Verse granaatappel is van oktober tot en met december verkrijgbaar.