
2x2 TIP
Knolselderij is lekker stevige winterkost. Zo’n grote knol telt flink mee aan je portie groenten, zeker als je het ook nog combineert met andere groenten als wortel of ui. Reken 300 g knolselderij per persoon voor 200 g op je bord.
Knolselderij is de stevige knol van de selderijplant. De knol groeit voor een deel onder de grond en wijkt daarin af van zijn familieleden: de bladselderij en bleekselderij. De knol is bruingeel van kleur, het vruchtvlees is lichter en heeft een milde, kruidige smaak. Vooral de knol is belangrijk voor de teelt, maar je kunt ook de bladeren eten, bijvoorbeeld in de soep. Vaak wordt in het vroege voorjaar knolselderij met een toefje loof in de handel gebracht.
Let er op dat de knol stevig en droog is. Als er blad aan zit, dan moet dit frisgroen zijn.
Op een koele, droge plaats (12-15 C) is knolselderij zonder loof ongeveer 3 weken houdbaar. Een aangesneden knol bewaar je tot maximaal 1 week in vershoudfolie in de koelkast. Wil je rauwe knolselderij invriezen, blancheer hem dan eerst ca. 2-4 minuten. Hij is daarna, net als gare knolselderij, tot 12 maanden in de diepvries (bij minimaal -18 C) houdbaar.
Was de knolselderij grondig onder stromend water en borstel de grond zo nodig weg. Snij voor gebruik de knollen in plakken. Schil de plakken en snij ze in reepjes of blokjes. Om de verkleuring bij het koken tegen te gaan kun je hem direct na het snijden besprenkelen met wat citroen of azijn. Dit is echter niet strikt noodzakelijk, tegenwoordig verkleurt de knolselderij bij het koken minder dan vroeger.
Koken: ca. 15 minuten
Stoven: ca. 20 minuten.
Knolselderij is vooral in de herfst- en wintermaanden goed verkrijgbaar, de aanvoer is het minst in de lente. Over het algemeen is Hollandse knolselderij het hele jaar verkrijgbaar.
Kcal: rauw 38, gekookt 42
Vitamine C: rauw,12 mg, gekookt 6 mg
Foliumzuur: 37 ug, gekookt 51 ug
Ijzer: rauw 1 mg, gekookt 1 mg
Vezel: rauw 4,9 g, gekookt 4,9 g